
74 namen in steen: Borne geeft gezicht aan zijn Joodse inwoners bij monument Het Jasje
AlgemeenBORNE – Op maandag 4 mei stond de Parallelweg even stil. Bij monument Het Jasje (de bakstenen muur met het bronzen jasje en de Jodenster die al ruim dertig jaar herinnert aan de vervolging) werden twee bijzondere toevoegingen onthuld: een plaquette met de namen van 74 Joodse Bornenaren die de oorlog niet overleefden, en een Anne Frankboom, een zaailing van de kastanje waarop Anne Frank uitkeek vanuit het Achterhuis. Want wie een naam geeft, geeft ook een gezicht.
Vertrek vanaf het perron
De plek is niet toevallig gekozen. MonumentHet Jasje staat tegenover het NS-station in Borne – precies op de plek vanwaar in de loop van 1943 het overgrote deel van de Joodse inwoners van het dorp werd weggevoerd. De Joodse gemeenschap van Borne telde destijds 117 leden. Ze woonden in de straten van het dorp, dreven winkels en bedrijven, gingen naar school en naar de synagoge aan de Ennekerdijk. Families als Van Gelder, Lievendag en Spanjaard waren generaties lang verweven met het leven in Borne.
In 1943 veranderde dat voorgoed. De meesten werden vanaf het Bornse station op transport gesteld naar vernietigingskamp Sobibór, in het bezette Polen. Slechts een handvol mensen kon veilig onderdak vinden en de oorlog overleven. Wie uit de kampen terugkeerde, is op één hand te tellen.
Een oud-kampgevangene ontwerpt een jasje
Vijftig jaar na die deportaties, in 1993, kreeg de herinnering een tastbare vorm. De Amsterdamse beeldend kunstenaar Ralph Prins, zelf geboren op 3 mei 1926 in een Joods gezin, en als kind de kampen doorgemaakt, ontwierp het monument dat nu bekendstaat als Het Jasje.
Het monument is een gedenkmuur van rode baksteen, waarop een in brons gegoten jas met davidster is aangebracht. Daaronder, ook in bronzen letters, de tekst uit de Talmoed: ‘Wie een mens redt redt de hele wereld.’ Prins legde zelf uit wat hij voor ogen had: “Dat jasje met die ster waarin men die ene, weerloze mens nog vermoedt, roept het beeld op van al diegenen die toen, letterlijk, ‘bestempeld’ waren om hun gruwelijke lot te ondergaan. En die onregelmatige afgehouwen stenen waaruit de muur is opgebouwd, doen onverbiddelijk terugdenken aan al die ontijdig en wreed afgebroken levens.”
Zijn monument voegt ook een boodschap voor het heden toe: ook nu nog worden mensen afgewezen, verjaagd of vermoord omdat zij ‘anders’ zijn van etnische herkomst, geloof, huidskleur of politieke overtuiging. Het Jasje is daarom niet alleen een blik terug, maar ook een waarschuwing.
Een rapport als nieuw beginpunt
Ruim dertig jaar na de onthulling van het monument kreeg de herdenking in Borne een nieuwe impuls. Op 14 mei 2025 overhandigde een onderzoekscommissie het rapport ‘Joodse burgers in Borne; Bejegening, ontrechting en rechtsherstel’ aan het gemeentebestuur. Daarin werd nauwkeurig in kaart gebracht wat er tijdens de bezetting met de Joodse inwoners is gebeurd: hoe zij werden bejegend, beroofd van hun rechten en uiteindelijk gedeporteerd.
De gemeente liet het rapport niet in een la verdwijnen. Er werden vervolgacties uitgewerkt langs twee pijlers: eren en leren. De onthullingen op 4 mei 2026 zijn de zichtbare uitkomst van de eerste.
4 mei 2026
Kwart over zes. Burgemeester Jan Pierik opent de plechtigheid met een welkomstwoord bij Het Jasje. Om 18.25 uur onthulde Jo de Leeuw de plaquette met de 74 namen. Namen die tot voor kort nergens bij het monument zelf zichtbaar waren. Nu staan ze er. In steen. Niet als anonieme slachtoffers, maar als mensen. Als Bornenaren.
De kinderburgemeester en de boom
Aansluitend onthulde kinderburgemeester Elise Middelwijk de Anne Frankboom. Een bewuste keuze: een jong meisje dat een boom onthult ter nagedachtenis aan een jong meisje dat de vrijheid nooit kende. De boom is een zaailing van de kastanje die Anne Frank kon zien vanuit haar schuilplaats in het Achterhuis in Amsterdam. In haar dagboek schreef ze over die boom als een van de weinige verbindingen met de buitenwereld die ze had. Met licht, met de seizoenen, met het leven buiten de muren.
Dat die lijn nu doorloopt naar Borne is veelzeggend. De boom symboliseert de blijvende inzet voor vrijheid, verdraagzaamheid en het doorgeven van herinnering aan toekomstige generaties.
Een stem vanuit de Joodse gemeenschap
De heer J. Hartog sprak namens de Joodse Gemeenschap Twente. Zijn aanwezigheid gaf de herdenking een dimensie die verder reikt dan Borne alleen. De Joodse gemeenschap in de regio herkent zich in de namen op de plaquette, en staat er niet als toeschouwer bij, maar als direct betrokkene. Voor hen is dit geen gesloten geschiedenis.
‘Zaailing’ – woorden als afsluiting
Stevine Groenen sloot de plechtigheid af met het gedicht ‘Zaailing’. Een titel die de avond op zijn mooist samenvat: een zaailing is een begin. Klein, kwetsbaar, maar levend. Iets wat geplant wordt met de bedoeling dat het groeit en dat anderen er de vruchten van plukken.
Daarna trok de groep verder, richting de Oude Kerk, voor de herdenkingsviering bij het centraal monument. De Parallelweg bleef achter met twee nieuwe stille getuigen: een plaquette met 74 namen, en een jonge boom die nog moet groeien.
Het Jasje staat er al meer dan dertig jaar. Maar op 4 mei 2026 werd het compleet. Er zijn namen. Er is een boom. En er is een dorp dat koos om te erkennen, te eren en door te geven.
door Pim Demmer













