Uitgaan & Cultuur

Tekst: MyLines

Boornse Mirreweenterhoornblazers zijn er weer klaar voor

BORNE - Bijna klinkt ‘n oaln roop’ weer in en om Borne. Het ‘anbloazen’ begint op de eerste zondag van de Advent, op 29 november. De Boornse Mirreweenterhoornbloazers zijn er klaar voor. De hoorns zijn al uit de kast gehaald maar het oefenen gebeurt in garages en op afgelegen plekken, want in Twente mag alleen tussen deze eerste zondag en Driekoningen geblazen worden.

“Het blazen wordt gedaan om kerst aan te kondigen”, vertelt voorman Jan Möller van de Boornse Mirreweenterhoornbloazers. Hij is samen met Wim Kiewik in 1978 de Bornse groep gestart, nadat hij een cursus had gevolgd bij Gerrit Baas van de muziekschool. “Ik hoorde de midwinterhoorns toen tijdens het hardlopen bij Twickel, een prachtgeluid. Ik las vervolgens in de krant over de cursus en het leek me leuk om het ook te kunnen.”

Hartstikke koud
Dat heeft hij goed ingeschat dus destijds, want 42 jaar later pakt hij de hoorn nog steeds ieder jaar met veel plezier. “Het is soms hartstikke koud, maar het hééft iets”, vindt hij. “Toen ik de eerste keer geluid kreeg uit de hoorn, was ik verkocht en dat is nog zo.”

Ondertussen weet hij van alles over het eeuwenoude instrument. “Een midwinterhoorn wordt met de hand gemaakt van berkenhout. In de stam van berken zit van een kromming als de langs de sloot groeien. Die is nodig voor de hoorn, die tussen de 1.50 en 1.80 lang is. Twee helften bewerkte helften worden aan elkaar gelijmd en versierd met een rotan bies. Dan nog het mondstuk (de happe) wat het belangrijkste onderdeel is trouwens, als ik die van mij kwijt zou raken, kan ik volgens mij weer helemaal opnieuw beginnen met oefenen, dan bak ik er niets meer van. Het maken van een midwinterhoorn kost ongeveer dertig uur en gebeurt nog op een aantal plekken in Twente.”

Bruggetje Hertme
De Bornse groep bestaat nu uit zo’n vijftien blazers. De tijd dat veel jongeren het wilden leren is voorbij. “Dat is echt jammer, maar er zijn gelukkig nog altijd mensen die het willen leren, vaak zo rond de vijftig jaar begint de interesse te komen.” Möller helpt hen graag op weg. “De één leert het makkelijker dan de ander, maar als je de lage grondtoon eenmaal te pakken hebt, komt de rest ook wel.”

De groep komt meestal bijeen bij het bruggetje in Hertme. Dit jaar blazen ze op een ‘geheime’ plek omdat het meestal een gezellog samenzijn is van mensen die komen luisteren en de anderhalve meter lastig te handhaven zou zijn. De karakteristiek Twentse klanken zijn dus wel te horen dit jaar want het geluid reikt ver, maar de blazers zien spelen, kan even niet door corona. “Het is niet anders”, zegt Möller.