Columns

Tekst: MyLines

Wat kun je écht niet missen in Borne?

Die ene winkel, het stukje groen waar je iedere keer weer blij van wordt, de club waar je wekelijks je vrienden treft of dat oude pandje op de hoek. Iedere Bornenaar heeft wel iets dat hij écht niet kan missen in het dorp.

Deze week: Bert Kremer

“Wat ik echt heel jammer zou vinden is als de dierenverenigingen uit Borne zouden verdwijnen”, zegt Bert Kremer. “Dus: die kan ik echt niet missen.”

De Bornenaar is al decennia lang lid van de Pluimvee- en Kleindiervereniging in zijn dorp en was zelfs jarenlang voorzitter. In buurgemeente Hengelo is hij eveneens lid, heeft zich aangesloten bij de Welsemerclub én is voorzitter van de Twentse hoenderclub. “Ik ben altijd dierenliefhebber geweest”, vertelt hij. “Mijn vader had vroeger kippen in een hok in de tuin. Later heb ik dat omgetoverd tot vogelhok. Toen ik zelf ging trouwen was mijn vrouw niet zo over vogels te spreken, en ben ik begonnen met kippen.”

Sluierstaarten
Inmiddels zijn ze jaren verder, Bert is inmiddels 65, en zijn de vogels in volières in hun tuin net zo talrijk als de hoenders, de hanen en de kippen. “Het is een fantastische hobby”, vindt hij. “Als ik thuis kom, ga ik altijd meteen even naar de dieren kijken. In de hokken, maar ook in de vijver waar we een heel aantal goudvissen en sluierstaarten hebben.”

Bert gunt iedereen het plezier dat hij heeft als hij bij zijn dieren is. “Het is wetenschappelijk bewezen dat mensen socialer zijn als volwassene, als ze van kinds af aan met dieren zijn omgegaan. Het baart me dan ook zorgen dat er steeds minder mensen lid worden van kleindierclubs. Vroeger hadden we in Borne een vogelcub, drie duivenverenigingen en twee pluimeeclubs. Daar is nu alleen onze vereniging nog maar van over en één duivenclub.”

Sociale interactie
Een aantal jaren geleden waren er nog wel jeugdleden, meestal de kinderen van leden, maar nu nagenoeg niet meer. Kinderen hebben het druk met andere dingen, met gamen bijvoorbeeld. Bij een club als de onze, sluiten ze zich niet meer aan, terwijl de omgang met dieren dus bewezen belangrijk is, maar vooral ook veel plezier geeft en leerzaam is. De dieren zelf, maar ook de sociale interactie met andere leden is erg leuk.”

Paplepel
Zijn eigen kinderen werden lid toen ze klein waren, maar haakten ook alle drie af toen ze in de pubertijd kwamen. Maar: er is nog hoop. “Ze zijn nu in de dertig en ze hebben alle drie weer dieren. De één parkieten, de andere kippen en nummer drie heeft konijnen. Heel goed voor haar kinderen trouwens, die zijn erg druk qua gedrag en komen helemaal tot rust bij de dieren. Ik weet bijna zeker dat als onze kleinkinderen wat ouder zijn en hun ouders meer tijd hebben, ze wel weer dieren gaan fokken. Net als ik genieten ze ervan en het is hen met de paplepel ingegoten.”