Algemeen

Bert Oude Lansink zoekt helpende handen bij inrichting

Schoonmaakmuseum vertelt verhaal van voorouders

door Peter van der Molen

BORNE - ‘Schoonmaakmuseum’. Het staat bescheiden op een bord naast de entree van Profics Schoonmaakorganisatie aan de Industriestraat. Het is het pand waarin raadslid Bert Oude Lansink zijn bedrijf heeft gevestigd en vanwaaruit zijn 27 medewerkers hun schoonmaakwerk doen. Maar slechts een klein deel van het pand is voor zijn bedrijf in gebruik. Voornamelijk kantoor, magazijn en keuken. Veruit het overgrote deel van de beschikbare ruimte wordt in beslag genomen door alles en nog wat dat door Bert de afgelopen jaren is verzameld en dat een link heeft naar schoonmaken door de jaren heen. Tientallen stofzuigers, een heel arsenaal aan wasmachines al dan niet van een motor voorzien, naaimachines, strijkijzers, vloerboenders, wasrekken, mouw- en stropdasstrijkplanken, mangels maar ook klokzeep. Een stofzuiger uit 1890, een wasmachine uit 1900. Kortom teveel om op te noemen. In een hoek is een antieke winkelwand opgesteld vol schoonmaakproducten. De bijbehorende toonbank met daarop een ouderwetse kassa moet nog geplaatst worden. En dan liggen op zolder nog niet courante artikelen opgeslagen.

‘Tja, het is een beetje een uit de hand gelopen hobby’, moet Bert toegeven. ‘Maar ja, dan kom je spullen tegen waar een verhaal achter zit dan neem je dat mee en ik ga tegenwoordig ook wel eens gericht achter een object aan. Ik vind het gewoon zonde dat zoiets verloren gaat’.

Na eerst werkzaam te zijn geweest bij een ander schoonmaakbedrijf, is Bert rond 2000 voor zichzelf begonnen en een jaar later werd hij eigenaar van het huidige pand. Daar kreeg hij alle ruimte om zijn hobby bot te vieren. ‘Dit is het enige schoonmaakmuseum in Nederland met zo’n breed assortiment. Je hebt wel een stofzuigermuseum en een wasmachinemuseum, maar een schoonmaakmuseum waar alles bijeen is gebracht is er verder in Nederland niet. Vandaar ook dat er in de media veel aandacht voor is, zoals bij Tijd voor Max. Ik kan de schoonmaakgeschiedenis vanaf 1890 tot heden laten zien en die historie wil ik bewaren. Schoonmaken is een vak waar veel bij komt kijken. Dat verhaal wil ik vertellen’.

Dat willen vertellen van het verhaal is een van de twee problemen die Bert heeft bij de realisering van zijn museum. Enerzijds is er het opstellen van al het verzamelde materiaal, anderzijds is er het probleem dat er overal verklarende teksten bij moeten komen.

‘En dat is het probleem. Ik doe het allemaal alleen, oud papier – liefdewerk, maar ik moet ook nog mijn bedrijf runnen. Ik ben al jaren bezig, maar zo schiet het niet op. Wat helpende handen zouden welkom zijn. Bijvoorbeeld gepensioneerden die een paar uurtjes in de week willen helpen om een voor Nederland uniek museum in te richten. Deze historie moet bewaard blijven en ik zou het ter zijner tijd graag aan een stichting achterlaten. Laten zien hoe onze grootmoeders over de tobbe gebogen stonden om de was te doen. Zwaar werk waaraan wij nu nog de uitdrukking over hebben gehouden bij mensen die problemen hebben: wat zit je te tobben? Schrobblokken waar de vrouwen op de knieën lagen om de vloer te schrobben’.

Bert wil een route scheppen door de verschillende vertrekken en uitkomen in een ruimte waar plaats en tijd is voor een kop koffie of iets fris. Waar de bezoekers wat zij hebben gezien en gehoord op zich kunnen laten inwerken. ‘Maar ik krijg dat niet alleen voor elkaar. Dat is mij wel duidelijk en het is gewoon jammer dat veel materiaal ongesorteerd bij elkaar ligt. Daar ligt ruim 130 jaar historie. Daar ligt het verhaal van onze voorouders! Daar moeten wij zuinig op zijn’!