Algemeen

Moneyman Edwin van Gemert aan het woord

Tekst en foto: Peter van der Molen

‘Ik kan nu aan de voorkant meekijken’

BORNE - De collega’s in het Kulturhus De Bijenkorf noemen hem Moneyman. Dat is niet omdat hij zo goed in de slappe was zit. Edwin van Gemert heeft die bijnaam te danken aan het feit dat hij bij zo ongeveer alles wat met het financiële reilen en zeilen in dit centrum te maken heeft betrokken is. Hoewel hij daar pas sinds januari van dit jaar werkzaam is, denkt hij dat hij de grote lijnen wel in beeld heeft. ‘Nu gewoon finetunen’, denkt hij zelf. ‘Gewoon beginnen en daar waar nodig naderhand bijsturen.'

Met zijn overstap naar het Kulturhus maakte Edwin een hele carrièreswitch, want als financieel controller voor een achttal bibliotheken zat hij tot dan toe aan de achterkant van het financiële proces, terwijl hij nu naar de voorkant verhuisde.

‘Door mijn werk als controller kende Frank (directeur Kulturhus) mij en hij gaf mij aan dat hij op zoek was naar een financieel medewerker. Wij waren het gauw eens en op 3 januari van dit jaar ben ik begonnen. Ik doe nu hetzelfde werk in de bibliotheek organisatie, maar dan aan de voorkant waar het gebeurt, dus bij het uitvoerende deel. Ik kan nu meedenken.'

Onder het dak van het Kulturhus zijn vier hoofdstromen bijeengebracht, te weten de bibliotheek, de muziekschool, het theater en het facilitair bedrijf. Elk onderdeel is apart ingedeeld met in eerste instantie een eigen begroting die uiteindelijk deel uitmaakt van de totale begroting van het cultuurcentrum. ‘Er wordt ook gewerkt met een subsidiestroom. De gemeente is de belangrijkste subsidiënt en geeft jaarlijks aan hoeveel dat is. Zij hecht veel waarde aan onder meer de bibliotheek en muziekonderwijs. Er is sprake van een goede wisselwerking tussen de gemeente en de stichting Kulturhus met goede en constructieve contacten. Dat past goed bij mij. Ik houd van een min of meer platte organisatie zonder allerlei lagen. Het is een mooi clubje. Wij moeten er samen iets moois van maken.'

Edwin is van mening dat overleg en planning belangrijk zijn, maar ook dat veel van de uitvoering afhangt.

Dat het Kulturhus geen gesloten bolwerk is valt dagelijks waar te nemen. ‘Ik denk niet dat er iemand in Borne is die het Kulturhus niet kent. Het is zo open en toegankelijk dat bijna iedereen er wel eens binnen wandelt.'Behalve de vaste gebruikers van het centrum, wordt er ook facilitair ruimte geboden aan aanvragen van buiten zoals het kunnen houden van een koffietafel na een bijeenkomst in het achter het centrum gelegen mortuarium. ‘Hoe je het ook bekijkt, het is uiteindelijk gemeenschapsgeld dat het bestaan van het Kulturhus mogelijk maakt en dan heeft die gemeenschap er ook recht op dat het er wat voor terugkrijgt. Ik denk dat wij dat met elkaar goed doen. Dit Huis van Borne leeft in de gemeenschap.'