Algemeen

Oude Kerk

Dopen in bakje scheerzeep??

Wie de Oude Kerk binnenloopt, struikelt er in het gangpad bijna over. Niet over een mens of loszittende delen van het hoogbejaarde gebouw, maar over een doopvont! Hoe zit dat? Dominee Gerco Veening onthult het ‘mysterie’.

“Jarenlang had het doopvont een plek bij de kansel. Bij de herinrichting enkele jaren geleden plaatste men het uiteindelijk bij de ingang.” Waarom? “Als je binnenkomt, herinnert het je aan je eigen doop.” In de meeste rooms-katholieke kerken staat het doopvont daar ook. De reden? “In de vroege Middeleeuwen mocht een ongedoopt kind niet de kerk in. Daarom bouwden ze in Italië naast de kerk vaak een doopkapel, een baptisterium. Vaak bijzonder fraaie bouwwerken, zoals je die in bijvoorbeeld Florence en Pisa vindt.”

 

Piepjong en stokoud

De Oude Kerk had oorspronkelijk een doopvont uit de vijftiende eeuw. Misschien net zo oud als het kostbare monument zelf, uit 1482. Maar… dat doopvont bleek jarenlater in de pastoorstuin in Bornerbroek te staan en belandde er daarna in de katholieke kerk. In 1921 maakte steenhouwer Liedenbaum het huidige doopvont, waarschijnlijk in de stijl van de Middeleeuwen. “In die tijd dompelde men een kind bij de doop vaak onder.” Dat vroeg dus om een groot doopvont. “Toen de preek belangrijker werd, was een doopvont vaak niet groter dan een bakje van de scheerzeep. Het zat dan vaak met een ring aan de preekstoel.”

 

Ook bij de dood

Tegenwoordig wordt het doopvont gebruikt bij de doop en uitvaartdiensten. “Bij de doop halen we de koperen bak eruit en plaatsen we die vóór in de kerk, waar we nu de kinderen dopen. Bij de uitvaart staan we stil bij het doopvont en noemen we de naam van de overledene. Of we plaatsen er aandachtkaarsen.” Zo speelt het doopvont in de Oude Kerk dus een rol bij het begin én he